Geplaatst op Geef een reactie

De geneeskundige geschiedenis van zoethout

Zoethout

Zoethout zijn de korte stukjes van de wortelstok van de plant Glycyrrhiza glabra, die de sterke zoetstof glycyrrizinezuur bevat. Decennia geleden werden zoethoutstokjes verkocht als een populair snoepje. Glycyrrizinezuur wordt ook verwerkt in drop. Maar wat ons het meest interesseert, zijn de geneeskrachtige eigenschappen van de wortelstok. We geven je hier een overzichtje van de medicinale geschiedenis van zoethout.

Gebeiteld in steen

De oudste vermelding van zoethout als geneeskruid vinden we in de Codex Hammurabi, een verzameling wetteksten die rond 1780 v. Chr. in opdracht van de Babylonische koning Hammurabi in een stele gebeiteld werden. Die teksten bevatten ook heel wat informatie over de toenmalige geneeskunde, waar zoethout duidelijk bij hoorde.

Zoethout tot in het graf

Ook in het Oude Egypte was zoethout populair, als we de teksten op hiërogliefen mogen geloven. Onder andere in de tempel van Karnak wordt het vermeld. Op de Papyrus van Ebers uit de zestiende eeuw v. Chr. vinden we zoethout terug tussen een groot aantal kruidenrecepten. Uiteindelijk werd het zelfs meegegeven met voorname overledenen voor hun laatste reis. Onder andere in het graf van Toetanchamon werd een grote hoeveelheid zoethoutwortel aangetroffen.

Een koninklijk kruid

In de derde eeuw werd in China een omvangrijk boek over kruidengeneeskunde geschreven, ‘het boek van Shennong over wortels en kruiden’. Ook daarin vinden we het gebruik van zoethout terug. Li Shizhen noemde het zelfs een ‘koninklijk geneeskruid’. Volgens de traditionele Chinese geneeskunde oefent zoethout een positieve werking uit op de ‘qi’, de levenskracht die door de kanalen van hart, longen, milt en maag stroomt.

Heilzaam voor de luchtwegen

De Oude Grieken noemden zoethout de ‘Scytische wortel’. Theophrastos van Lesbos, leerling van Aristoteles en een van de eerste botanici in de derde eeuw v. Chr., schreef dat de zoete wortel een heilzame werking had bij aandoeningen van de luchtwegen, zoals verkoudheid, astma, allergieën en droge hoest. Pedanios Dioscorides gaf in de eerste eeuw v. Chr. in zijn De Materia Medica de plant zijn geslachtsnaam Glycyrrhiza.

Koekjes tegen de hoest

In Europa werd zoethout vanaf de vijftiende eeuw algemeen bekend, hoewel daarvoor reeds grote namen als Hildegard von Bingen en Rembert Dodoens zich lovend uitlieten over zijn geneeskracht, vooral voor de maag en de luchtwegen. Monniken van de Dominicaner orde maakten hoestkoekjes op basis van het sap. In 1731 slaagde de Italiaan Giorgio Amarelli erin om het sap uit de zoethoutwortel tot drop te verwerken. De basis was gelegd voor de alom bekende snoepjes. Al meteen werd de nadruk gelegd op de verzachtende werking bij hoest en verkoudheid.

Wetenschappelijke publicaties

In de eerste helft van de negentiende eeuw werden wetenschappelijke onderzoeken gepubliceerd naar de werking van zoethout op de maag en de darmen, onder andere door H. Busquet, F.E. Revers en D. Vincent. Nog recenter werd de precieze werking van glycyrrhizine in het menselijk lichaam gedetailleerd in kaart gebracht. Zo ontstond zekerheid dat de wetenschappers uit de geschiedenis het bij het rechte eind hadden wat betreft de geneeskrachtige werking van zoethout.


De kracht van zoethout zelf ontdekken?
°°° Meer informatie en/of zoethoutextract bestellen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *