Geplaatst op Geef een reactie

Granaatappel in de winter: van seizoensfruit tot extract

Granaat_explosive

De granaatappel is een van de weinige vruchten die op hun best zijn wanneer het buiten koud wordt. Terwijl de meeste vruchten in de zomer piekt, begint het granaatappelseizoen pas in het najaar. In dit artikel lees je wanneer de vrucht rijp is, hoe je ze pelt zonder je keuken te herschilderen, wat erin zit en waarin sap, pitjes en extract van elkaar verschillen.

Wanneer is de granaatappel op zijn best?

Het Spaanse seizoen start eind augustus met de vroege rode rassen. Daarna volgen Acco en Bigful, rond half september de Valenciana, en begin oktober de Mollar de Elche. Mollar de Elche is het dominante ras op de Spaanse markt en het enige met een beschermde oorsprongsbenaming. De vruchten blijven doorgaans beschikbaar tot eind januari. Alicante is de belangrijkste teeltprovincie. In 2022 kwam daar 50.000 ton granaatappel van de boom, goed voor 63 % van de Spaanse oogst.

Kortom: van oktober tot januari koop je granaatappel op zijn best. Precies de maanden waarin vers fruit uit eigen streek schaars wordt.

Zo herken je een goede granaatappel

Ga niet af op de kleur alleen. Een bleke schil betekent niet automatisch een onrijpe vrucht. Bij de Mollar zijn schil en vruchtvlees van nature lichter.

Let liever op het gewicht. Een goede granaatappel voelt zwaar aan voor zijn formaat. Dat wijst op sappige pitjes. De schil mag strak en licht hoekig zijn: dat is een teken dat de pitjes vanbinnen tegen de wand duwen.

Pellen zonder de halve keuken vol te spatten

Granaatappelsap laat vlekken achter die er niet meer uit gaan. Deze methode houdt alles onder controle.

Snijd eerst de kroon eraan, het uitstekende bloemuiteinde. Nu zie je de witte scheidingswanden zitten. Snijd langs die wanden ondiep in de schil, van boven naar onder. Zes inkepingen volstaan meestal.

Vul dan een ruime kom met koud water. Breek de vrucht onder water open langs de inkepingen. Duw de pitjes met je duimen los. De pitjes zinken naar de bodem, de witte vliezen blijven drijven.

Schep de vliezen eraf, giet af in een vergiet en klaar. Geen spatten, geen vlekken.

De snellere variant: halveer de vrucht, houd een helft met de snijkant naar beneden boven een kom en klop stevig op de schil met een houten lepel. Werkt goed, maar spat wel. Draag geen wit shirt.

Wat zit er in een granaatappel?

De eetbare pitjes heten arillen. Elke aril bestaat uit een sappig omhulsel rond een kleine zaadkern.

De vrucht bevat polyfenolen, met ellagitannines als grootste groep. Punicalagine is daarvan de bekendste. Opvallend: de hoogste concentraties zitten niet in de pitjes maar in de schil en de witte vliezen, precies de delen die je weggooit.

Daarnaast bevatten de arillen water, suikers, vezels en kleine hoeveelheden vitaminen en mineralen. De zaadkern zelf bevat een olie met punicinezuur, een vetzuur dat vrijwel alleen in granaatappel voorkomt.

Sap, pitjes of extract: wat is het verschil?

Verse pitjes eet je zoals ze zijn. Je krijgt de vezels mee en de zaadkern. Nadeel: veel werk, en enkel tijdens het seizoen.

Sap wordt meestal geperst uit de hele vrucht, schil inbegrepen. Daardoor bevat commercieel sap vaak méér polyfenolen dan wat je zelf uit de pitjes perst. De vezels verdwijnen wel, en de suikers blijven.

Extract is een geconcentreerde vorm. Producenten standaardiseren doorgaans op het gehalte aan ellagitannines of punicalagine, zodat elke dosis dezelfde samenstelling heeft. Dat is het praktische verschil met vers fruit: bij een granaatappel uit de winkel weet je niet wat erin zit.

Geen van de drie is beter dan de andere. Ze dienen een ander doel. Verse pitjes zijn eten, extract is een supplement.

Granaatappel in de keuken

De arillen doen het goed bij wintergerechten. Strooi ze over geroosterde pompoen of wortel, waar het zuurtje het zoete van de groente doorbreekt.

Ook lekker: door een salade met feta en granaatappel, over yoghurt bij het ontbijt, of als afwerking op hummus. In de Levantijnse keuken is granaatappelmelasse een basisingrediënt, een ingekookte stroop van het sap.

Bewaar hele vruchten koel en droog, dan houden ze weken. Uitgehaalde pitjes bewaar je afgesloten in de koelkast en eet je binnen vijf dagen. Ze zijn ook invriesbaar: spreid ze uit op een bakplaat, vries in, en doe ze dan pas in een zak.

Liever meteen het extract?

Pellen is leuk, maar niet iedereen heeft daar elke dag zin in. Buiten het seizoen is verse granaatappel bovendien lastig te vinden.

Wil je liever meteen het extract, dan bestel je dat rechtstreeks bij Caere. Je vindt het granaatappelextract in onze webshop, of je vraagt ernaar bij een van onze verdeelpunten.

Veelgestelde vragen

Wanneer koop je granaatappels het best?

Het Spaanse seizoen loopt van eind augustus tot eind januari. Het bekendste ras, Mollar de Elche, komt vanaf begin oktober op de markt. Rond de feestdagen is het aanbod op zijn ruimst. Buiten die periode vind je vooral fruit uit andere landen, of verwerkte producten zoals sap.

Hoe pel je een granaatappel zonder rommel?

Snijd de kroon eraf en maak zes ondiepe inkepingen langs de witte wanden. Breek de vrucht daarna open in een kom koud water. De pitjes zinken, de vliezen blijven drijven. Schep de vliezen weg en giet af in een vergiet.

Kun je de witte vliezen opeten?

Dat kan, maar ze smaken bitter en voelen droog aan. De meeste mensen halen ze eruit. Opvallend genoeg zitten juist in die vliezen en in de schil de hoogste concentraties polyfenolen, hoger dan in de pitjes die je wel opeet.

Wat is het verschil tussen sap en extract?

Sap wordt meestal uit de hele vrucht geperst, schil inbegrepen, en bevat naast polyfenolen ook suikers. Extract is geconcentreerd en gestandaardiseerd op een vast gehalte aan ellagitannines. Daardoor weet je bij een extract precies wat elke dosis bevat, bij vers fruit niet.

Hoe bewaar je granaatappels?

Hele vruchten bewaar je koel en droog. Zo blijven ze enkele weken goed. Uitgehaalde pitjes gaan afgesloten ongeveer vijf dagen mee in de koelkast. Invriezen kan ook: leg ze eerst los op een bakplaat en doe ze pas daarna in een diepvrieszak.

Bronnen en referenties

Teelt, seizoen en rassen

AGF: over de start van het seizoen in Elche en het verschil in kleur tussen de rassen – https://www.agf.nl/article/9348734/begin-granaatappelseizoen-in-spaanse-elche-en-einde-van-prima-vijgenseizoen/

AGF: over de start van het Spaanse granaatappelseizoen en de opeenvolging van rassen – https://www.agf.nl/article/9551423/alles-wijst-op-goede-vraag-naar-granaatappelen-dit-seizoen/

AGF: over de Mollar de Elche en de beschermde oorsprongsbenaming – https://www.agf.nl/article/9483505/overzicht-wereldmarkt-granaatappel/

AGF: over de beschikbaarheid van Mollar-granaatappels tot eind januari – https://www.agf.nl/article/9571083/goede-volumes-maar-kleine-maten-mollar-granaatappelen-in-spanje/

lier.


Geef een reactie